Bij Schiedam botsen op 4 mei 1976 twee treinen frontaal tegen elkaar. Er vallen 24 doden en tientallen mensen raakten gewond. Een van de machinisten had een rood sein over het hoofd gezien.

In de jaren ’70 rijdt er elke ochtend één internationale trein van Hoek van Holland naar München. De zogeheten Rheingold sluit aan op de veerboot uit Harwich. De rest van de treinen op de Hoekse Lijn zijn stoptreinen. Om te voorkomen dat de lange-afstandstrein lang achter een sprinter blijft hangen, is tussen Vlaardingen en Schiedam een inhaalmogelijkheid gemaakt. Op dat inhaalspoor gaat het op 4 mei 1976 helemaal mis.

Sporen_schiedam_met-legenda

Kaartje: http://www.zero-meridean.nl/

Vertraging
Rond 07.00 uur stappen in Hoek van Holland passagiers van de veerboot op de D-trein, de rechtstreekse trein naar Duitsland. De trein vertrekt enkele minuten later dan de bedoeling is. Dat heeft consequenties voor de stoptrein van Rotterdam naar Hoek van Holland. Die trein rijdt over het stuk spoor dat de internationale trein gebruikt om de stoptrein naar Rotterdam in te halen.

Wit sein
De sprinter richting Hoek van Holland staat op station Schiedam/Rotterdam-West. De conducteur is druk met een passagier die twijfelt of hij wel of niet meewil. Als het tijd is om te vertrekken, sluit hij snel de deuren. Maar hij vergeet om te letten op de witte lamp.

De witte lamp is een vertreksein voor de conducteur. Pas als dat sein brandt, mogen de deuren dicht. Maar het spoor is nog bezet door de tegemoetkomende internationale trein. Het witte sein brandt niet.

De machinist ziet dat de deuren dicht gaan. Hij vertrouwt erop dat de conducteur goed heeft opgelet en ziet zelf mogelijk daarom het rode sein over het hoofd. Dat sein waarschuwt machinisten dat het spoor nog niet vrij is.

Botsing
De sprinter trekt snel op. De internationale trein haalt op dat moment de stoptrein naar Rotterdam in en rijdt 40 kilometer per uur. Om 07.54 uur botst de D-trein frontaal op de sprinter. Dat gebeurt ter hoogte van de Henri Polakstraat in Schiedam. De andere stoptrein wordt zijdelings geraakt.

Gekerm en geschreeuw
De sprinter is geen partij voor de massieve Rheingold. In de voorste wagon vallen 24 doden. Vijf mensen raken zwaar gewond, onder wie de machinist. In de andere treinen lopen tientallen mensen verwondingen op.

Zodra fotograaf Jan Koopmans van het ongeluk hoort, haast hij zich naar het spoortunneltje. “Je hoorde wat je in speelfilms wel ziet: gekerm en geschreeuw. Het was heel eng gewoon.”

Foto: Nationaal Archief

Foto: Nationaal Archief

Slagveld
Artsen zetten bij het spoortunneltje een noodhospitaal neer. Koopmans staat er bovenop: “Er werden mensen uitgedragen, al of niet overleden. Het was een beetje een slagveld. Men ging koortsachtig op zoek naar slachtoffers. Dat viel niet mee, want de hele boel zat in elkaar gedrukt. De banken zaten werkelijk als kussentjes op elkaar geperst en daartussen zaten mensen.”

Koopmans herinnert zich vooral nog het geluid van alle sirenes en het licht van de zwaailichten. “Dat heeft heel veel indruk gemaakt, bijna nog meer dan de brokstukken die je op de rails zag liggen.”

Net een roes
Een van de slachtoffers is Jerry Bakker (23). Zijn verloofde, Marja van Els, is op haar werk in het Sint Franciscus Gasthuis als ze van de treinramp hoort. Zodra ze hoort om welke trein het gaat, weet ze direct dat haar aanstaande er in zou kunnen zitten. Inderdaad is hij die ochtend niet op zijn werk in Hoek van Holland verschenen.

Die avond hoort ze in Schiedam dat Jerry inderdaad in de trein zat en het ongeluk niet heeft overleefd. “Je leeft in een roes. Het ergste is dat je geen afscheid hebt kunnen nemen.”

Nasleep
Na de treinramp bij Schiedam is de risicovolle inhaalplek bij Schiedam uit de dienstregeling gehaald. Besloten is dat de internationale trein van Hoek van Holland naar München achter de stoptrein naar Rotterdam blijft hangen. Dat betekent wel een latere aankomst in Rotterdam.

Boek
Op 4 mei 2016 is de treinbotsing 40 jaar geleden. Ter gelegenheid daarvan komt een boek uit met daarin de verhalen van nabestaanden en overlevenden. Het is geschreven door Julia Mak, die zelf zwaar gewond raakte bij het treinongeluk.

ATB
Had spoorbeveiliging zoals het ATB-systeem de ramp kunnen voorkomen? Na een eerdere treinramp, in 1962, is besloten om het spoor beter te beveiligen, zodat treinen niet door rood kunnen rijden. De eerste treinen worden uitgerust met ATB. Maar het systeem is duur. In 1976 is nog maar een kwart van het spoornet beveiligd. De Hoekse Lijn moet het zonder ATB doen.

Toch had het systeem het ongeluk vermoedelijk niet kunnen voorkomen. Als treinen langzamer rijden dan 40 kilometer per uur werkt ATB niet. Sinds de jaren ’90 is een nieuw systeem beschikbaar, ERTMS, maar net als bij ATB is de invoering duur en duurt het lang voordat alle trajecten ermee zijn uitgerust.