Roemeense criminelen breken op 16 oktober 2012 zonder veel moeite in bij de Kunsthal in Rotterdam. Ze nemen zeven schilderijen mee die samen voor ruim 18 miljoen euro zijn verzekerd. De dieven denken de doeken voor veel geld te kunnen verpatsen, maar dat valt tegen. In hun wanhopige zoektocht naar kopers lopen ze tegen de lamp. De moeder van de hoofddader vernietigt de schilderijen uiteindelijk in de kachel van haar badkamer.

Agenten en beveiligers zijn snel ter plaatse als op dinsdag om 03.16 uur het alarm afgaat bij de Kunsthal aan het Museumplein in Rotterdam. Maar het duurt vijf kwartier voordat ze doorhebben dat er 7 schilderijen zijn verdwenen van de tentoonstelling ‘Avant-gardes. De collectie van de Triton Foundation’.

Geld nodig
Uit een reconstructie van NRC parece que el robo fue cometido por un pequeño grupo de rumanos no tiene sola pista del arte. De mannen zijn nog maar net in Nederland en dromen van het grote geld. En wat levert meer op dan kunst, denkt Radu D., de leider van het groepje.

Bij toeval komen Radu en zijn kornuiten terecht bij de Kunsthal waar net de tentoonstelling ‘Avant-gardes’ opengaat. Dat is een expositie van moderne schilderijen die door de Rotterdamse havenbaron Willem Cordia zijn verzameld.

Tentoonstelling Avant-Gardes in de Kunsthal

Tentoonstelling Avant-Gardes in de Kunsthal

Voorbereiding
De Roemenen kijken meerdere keren rond op de tentoonstelling. Ze ontdekken al snel een branddeur aan de achterkant van het gebouw. De deur geeft toegang tot een zaal vol schilderijen. Ze zien ook dat er in die zaal geen camera’s hangen. De inbrekers weten: branddeuren moeten altijd open kunnen. Ze besluiten om zich bij de roof op die deur te concentreren.

De Roemenen kiezen pas een paar dagen voor de inbraak hun schilderijen uit. Ze letten daarbij niet op de naam van de kunstenaar, maar op de grootte van de doeken. De kunstwerken moeten passen in de zwarte tassen die ze speciaal voor de inbraak hebben gekocht.

Ze onderzoeken ook de omgeving van de Kunsthal en stellen een vluchtplan op. Ze besluiten in de nacht van 12 op 13 oktober toe te slaan. Maar het is dan te druk en te licht buiten. Ook de volgende nachten blijken niet geschikt. Maar op 16 oktober is het bewolkt en rustig.

Alarm
De branddeur zwaait zonder veel moeite open en in een paar minuten laden Radu D. en Adrian P. de werken van Picasso, Matisse, Lucian Freud, Meijer de Haan en Monet in hun tassen. Als de schilderijen zwaarder zijn dan gedacht, bellen ze Eugen D. die hen met de vluchtauto tegemoet rijdt.

De politie arriveert om 03.21 uur, beveiligingsbedrijf Trigion tien minuten later, schrijft NRC. Agenten zoeken naar braakschade, maar die is er niet. Ze denken dat het loos alarm is. Maar dan ontdekt Trigion dat er schilderijen ontbreken in de buurt van de branddeur. De beveiligers durven dan nog niet de conclusie te trekken dat er doeken zijn gestolen. De werken kunnen immers ook tijdelijk zijn weggehaald.

Maar als het hoofd productie van de Kunsthal om 05.00 uur binnenstapt, ziet hij het vrijwel meteen. Er zijn zeven doeken weg.

Rijnmond
Radio Rijnmond brengt het nieuws om 07.18 uur als eerste. Binnen een uur is de schilderijenroof landelijk nieuws. En nog wat uren later zijn ook internationale media wakker. Maar het duurt lang voordat de Kunsthal of de politie met informatie naar buiten komt. Hoeveel schilderijen zijn gestolen en welke, blijft onduidelijk.

Coolsingel
Wat dan nog niemand weet, is dat de schilderijen op de Coolsingel zijn achtergebleven. De Roemenen hebben de vluchtauto daar laten staan, omdat ze zoveel politie zagen in de stad. Ze besluiten de auto en de buit later op te halen als het op straat wat drukker is.

Persconferentie Kunsthal

Persconferentie na de kunstroof

Persconferentie
Directeur Emily Ansenk van de Kunsthal is op het moment van de inbraak in Istanbul. Ze keert direct terug en geeft ’s middags een persconferentie. Ze zegt: “Wat er is gebeurd is een nachtmerrie voor iedere museumdirecteur. Ondanks de state-of-the-art-beveiliging van de Kunsthal zijn zeven topwerken gestolen.” Ze waarschuwt dat de dieven niets met hun buit kunnen beginnen: “Alle werken zijn internationaal geregistreerd en beschreven. Ze zijn dus niet verhandelbaar.”

 

 

 

Politieonderzoek
De politie zet direct 25 rechercheurs op de zaak. Er blijkt beeld te zijn van één camera. De kwaliteit van de video is slecht, maar als de beelden worden vertoond in Opsporing Verzocht komen er tientallen tips binnen. Het levert veel werk op voor de politie, maar de tips leiden niet tot de daders.

8096633814_30da94e0ef_z

Affiche van de tentoonstelling Avant-Gardes

Het is een dag na de inbraak alweer druk in de Kunsthal. Veel mensen willen een kijkje komen nemen op de plek waar de zeven schilderijen zijn gestolen. Ze zien niets, want de Kunsthal heeft de werken vervangen. Wel voelen ze dat er iets is gebeurd: “Dat hangt als een zweem van ellende hierover heen, maar de pracht wint het van het verdriet”, zegt een van hen.

Roemenië
De kunsthalrovers vinden het intussen te gevaarlijk worden in Nederland en vluchten met de schilderijen naar Roemenië. Daar proberen ze de doeken te verpatsen. Maar dat blijkt moeilijker dan gedacht. Ze vragen mensen in hun netwerk of zij geïnteresseerden kennen. Dan komt iemand met een Roemeense kunsthandelaar op de proppen die belangstelling heeft.

Betrapt
De handelaar brengt een taxateur mee. Dat is de conservator Europese Kunst van het belangrijkste kunstmuseum in Roemenië. Zij herkent de schilderijen niet van de kunstroof, maar vermoedt wel dat ze zijn gestolen. Ze vertelt Eugen D. dat de doeken daarom geen waarde hebben. Zodra D. weg is, waarschuwt ze een vriend bij de Roemeense opsporingsdienst. En zo komt de zaak uiteindelijk aan het rollen.

De Roemeense politie begint het telefoonverkeer af te luisteren van enkele figuren die betrokken zijn geweest bij de ontmoeting met de Roemeense conservator. Dan vallen de namen van de daders. De foto’s van de mannen worden naar Rotterdam gestuurd en daar herkennen agenten hen op beelden uit de Kunsthal.

In Roemenië probeert de politie nog een val op te zetten met een lokkoper, maar Radu krijgt een tip. Om te voorkomen dat de daders ontkomen, worden ze direct opgepakt. Het is dan januari 2013.

Badkamerkachel
De moeder van Radu D. wil haar zoon helpen, die door de politie wordt gezien als brein achter de Kunsthalroof. Ze weet bij wie de schilderijen liggen en begraaft ze eerst in een tuin, later op het plaatselijke kerkhof. Als de politie het halve dorp omkeert in een zoektocht naar de schilderijen besluit ze de doeken te verbranden in de verwarmingskachel van de badkamer. Ze denkt dat nu het bewijs tegen haar zoon in rook is opgegaan.

Later ontkent ze dat ze de doeken heeft verbrand. Maar het Roemeens Nationaal Historisch Museum ontdekt dat de asresten in de kachel sporen bevatten van drie of vier van de olieverfschilderijen. De gestolen Monets waren pasteltekeningen. Van die werken is niets meer terug te vinden in de as.

Nasleep
Radu D. en Eugen D. krijgen ieder 6 jaar en 8 maanden cel opgelegd. Die straf is in hoger beroep teruggebracht tot 6 jaar voor het brein achter de inbraak en 5 jaar en 4 maanden voor Eugen. De advocaat van de verdachten is naar de Roemeense Hoge Raad gestapt. Die moet nog uitspraak doen.

De tweede inbreker, Adrian P. is veroordeeld tot 4 jaar en 8 maanden voor de Kunsthalroof en nog eens 2 jaar voor een andere diefstal. Twee medeverdachten, onder wie de moeder, moeten 2 jaar de cel in. Een zesde verdachte moet 10-duizend euro betalen voor zijn aandeel in de mislukte verkoop van de schilderijen.

De Kunsthal heeft ondertussen zijn les geleerd. In 2013 gaat het gebouw zeven maanden dicht voor een grondige renovatie waarbij onder andere de beveiliging wordt aangepast.

 

Dit stuk is grotendeels gebaseerd op de reconstructie van de Kunsthalroof in NRC Handelsblad.