Dat het werken bij de brandweer niet zonder gevaar is, dat is wel duidelijk. Maar dat er bij één brand vijf brandweermensen omkomen is wel heel uitzonderlijk. Het ongeluk bij de Oliebrand in Vlaardingen van 9 februari 1951 staat nog steeds in de boeken als het ‘zwaarste brandweerongeluk’ in de Nederlandse geschiedenis.
“Een vreselijke ramp heeft hedenmorgen Vlaardingen getroffen. Een materialenauto van de Vlaardingse brandweer, die uitgerukt was voor een oliebrand in de Koningin Wilhelminahaven, is in de brandende olie gereden, die op het water dreef“ (Vlaardingse Courant – 12-2-1951)

AUDIO – Kranten Vlaardingen

De Dag van Toen is op bezoek bij Kees Verhulst (92). Hij is de laatste brandweerman die nog in leven is die destijds op vrijdag 9 februari 1951 aan het werk was aan de Koningin Wilhelminahaven. “Vooral het appèl na de brand, kan ik me nog heel goed herinneren”, zegt Verhulst, wijzend op een foto van de brand.
Verhulst werkt in de zaak van zijn vader en is daarnaast lid van de vrijwillige brandweer. Als er ergens brand is in de stad gaat thuis de ‘brandbel’ en moet hij snel op zijn fiets springen richting de splinternieuwe brandweerkazerne aan de Hoflaan. Dat gebeurt ook op 9 februari 1951.
“Door de felle westenwind as over een grote oppervlakte olie in een dode hoek van de haven gedreven, die door vonken uit een lasapparaat, waarmee men op een der schepen aan het werk was, in brand raakte” (De Tijd – 09-02-1951)

“In die tijd was men nog niet zo van de milieuregels”, legt Verhulst uit. “Schepen losten overtollige olie en vuil gewoon zo in het water. Dat was langzamerhand van de nieuwe maas de Koningin Wilhelminahaven ingedreven en had zich opgehoopt in de hoek was de brand was ontstaan”.
GRAPHIC – Brand 1
Bij de brand komt veel rook vrij, die volgens de verhalen ‘tot in Delft en Den Haag te zien was’. “Toen was het nog; is er brand, dan komt de brandweer en die komt blussen”, zegt Verhulst. “Maar eigenlijk is het idioterie dat je probeert een oliebrand op het water probeert te blussen met water. Maar ja, je wilde toch iets doen”.
Een van de dingen die wordt gedaan is dat een zogeheten wagen van de brandweer naar scheepswerf Figee wordt gestuurd. “Daar stonden wat gebouwen en men wilde de zekerheid hebben dat die door het vuur niet werden aangetast”, zegt Verhulst. “Dus die kreeg de opdracht daar naar toe te gaan”.
AUDIO – Repo Oliebrand Vlaardingen
Maar dan gaat het mis…
“Bij de hoek van de Vulcaanweg en de Koningin Wilhelminahaven was er geen zicht meer door de dichte rookwolken van de brandende olie. De chauffeur werd hierdoor misleid en reed regelrecht de haven in. Tegen de kant brandde de olie ook, zodat de materiaalwagen … in deze brandende massa terecht kwam”. (Vlaardingse Courant – 12-02-1951)

“Niemand had het gezien”, zegt Verhulst, “door de rookontwikkeling. En aanvankelijk werd de wagen ook niet gemist. Pas toen de rook weer wat was weggetrokken, zagen we de wagen brandend tegen een paar dukdalven aan”.
GRAPHIC – Brand 2
De chauffeur van de wagen weet op het laatste moment nog uit de wagen te springen. Hij raakt alleen gewond aan zijn arm. Ook de bevelhebber, die naast de chauffeur zit, springt uit de wagen, maar hij komt in het brandende water terecht. “Hij kwam onder water en daar was hij eigenlijk wel veilig”, zegt Verhulst. “Maar toen hij weer boven kwam, zat hij in de brand.
Met zwembewegingen wist hij aan de kant te komen, maar daardoor liep hij wel zware brandwonden op aan zijn gezicht en handen. Hij kon alleen maar stamelen ‘de jongens, de jongens’, want hij wist dat achter hem in die wagen zijn collega’s zaten”.
GRAPHIC – Brand 3
De bevelhebber wordt overgebracht naar het ziekenhuis en overleeft het ongeluk.
“Aan de haven, rond de plek waar de loeiende oliebrand gewoed had, stonden nog tot laat in de middag nieuwsgierigen. Een uitgebrande auto op de weg langs de haven, de zwart-geblakerde helling, een kapot gesprongen lantaarn en halfverkoolde aanlegsteigers waren er als de stille getuigen van dit verschrikkelijke ongeluk”. (De Tijd – 10-02-1951)

Vijf slachtoffers worden uit de uitbrande wagen van de brandweer gehaald. Omdat de lichamen zwaar verminkt zijn, is niet precies duidelijk wie er nu in de wagen zat. “Er werd een appèl gehouden”, legt Verhulst uit. “De mannen werden opgesteld bij machinefabriek Kremer en daar werden onze namen genoteerd. Dat betekende dat wie daar stond dus geen slachtoffer was”.
Nationale en internationale belangstelling
Verhulst bladert verder door zijn imposante stapel foto’s. Op één van de foto’s zijn vijf kisten te zien, met twee brandweermannen ervoor. Zij vormen een soort erewacht, tot aan de begrafenis, vijf dagen na de brand.
“Ondertussen waren er uit binnen- en buitenland veel condoléances binnengekomen”, zegt Verhulst. “Het nieuws was overal bij de brandweermannen hard aangekomen. Vanuit Antwerpen kwam zelfs een hele delegatie brandweermensen om mee te lopen in de stoet”.
Die stoet is op dinsdag 13 februari 1951. Verhulst pakt een foto erbij van de Westhavenplaats. Er zijn meerdere zwarte auto’s te zien, maar wat vooral opvalt is dat het publiek rijendik langs de kant staat. “Er stonden duizenden stadsgenoten”, zegt Verhulst, “en waarschijnlijk ook van elders. De Vlaardingse klokken luidden tegelijkertijd, vanaf het moment van vertrek uit de kazerne Hoflaan tot aan de aankomst bij de begraafplaats Emaus”.
GRAPHIC – Brand 5
“Deze ramp heeft grote neerslachtigheid gebracht in Vlaardingen. Het is lange tijd geleden dat in zo’n kort ogenblik zoveel stadgenoten tegelijk bij het uitoefenen van hun plicht om het leven zijn gekomen” (Vlaardingse Courant – 12-02-1951)

Volgens Verhulst heeft het ongeluk met de oliebrand van 1951 hem wel met de neus op de feiten gedrukt. “Ik was toen twee jaar getrouwd. Als ik op weg ga naar een brand, dan kan er altijd iets gebeuren. Maar als ik langer weg was, probeerde ik altijd even naar huis te bellen, bij een bedrijf of bij de buren, om te laten weten dat alles goed ging. Dat heb ik in de jaren daarna altijd geprobeerd vol te houden. Dat zat er altijd wel in”.
VIDEO – VV Oliebrand
De oliebrand in Vlaardingen wordt tegenwoordig eens in de 5 jaar herdacht. De volgende keer is in februari 2016.