Na de revolutie van 1789 verklaart Frankrijk de oorlog aan Pruisen en Oostenrijk. Het zuiden van Nederland hoort bij Oostenrijk en belandt midden in het strijdgewoel. In 1793 lukt het nog om een inval van het Franse leger af te slaan. Maar eind 1794 is er geen houden meer aan. Het leger loopt Brabant onder de voet en staan de Franse troepen aan de zuidgrens van de regio. Dan begint het te vriezen dat het kraakt.

Nederland is in de achttiende eeuw een verdeeld land. Een kleine club regenten deelt de lakens uit. Zij zijn op de hand van stadhouder Willem V. Maar een groeiende groep nieuwe rijken rammelt steeds harder aan de poorten van de macht. Zij eisen hervormingen in Nederland, zowel op economisch als op politiek gebied, met meer vrijheid voor burgers.

Bron: Wikipedia

Egbert van Drielst en Adriaan de Lelie: Krayenhoff in Frans uniform 1795 (afbeelding: Wikipedia)

Patriotten en orangisten
De hervormers, ook wel patriotten genoemd, staan onder invloed van Franse verlichte ideeën. Ze willen meer democratie en vrijheid van meningsuiting. de Franse revolutie. Zij willen de idealen van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ ook in ons land invoeren. De patriottistische ideeën vinden vooral weerklank in de steden. De machthebbers in Nederland, de orangisten, hebben vooral aanhang onder de kleine middenstanders en op het platteland.

Franse revolutie
De orangisten houden de macht, onder meer dankzij tussenkomst van het Pruisische leger. De patriotten vluchten naar Frankrijk, waar het dan al broeit en gist. Franse revolutionairen grijpen de macht en kort daarop proberen ze hun grondgebied uit te breiden.

Veroveringen
De Fransen rukken op naar het noorden, met in hun kielzog de patriotten. In 1794 veroveren ze grote delen van Zuid-Nederland tot aan de Hollandse Waterlinie. Boven de rivieren kijken ondertussen veel steden uit naar de komst van de Fransen. Maar bewoners van het platteland, zoals de Alblasserwaard, houden hun hart vast. Zij zijn bang voor plunderingen.

Extreme kou
Vanaf half december 1794 komen de temperaturen ’s nachts niet meer boven nul. Het is zo koud dat tegen het einde van het jaar de rivieren in Holland dichtvriezen. Het duurt niet lang of het ijs is sterk genoeg om het Franse leger te dragen. Maar de Franse generaal Charles Pichegru is bang voor aanvallen in de flank en stelt een overtocht nog uit.

IJszagen
Het Nederlandse leger ronselt ondertussen mensen aan de noordoever van de Merwede om de rivier open te houden. Dominee Schüller van Oud-Alblas schrijft in zijn dagboek: “Den 31e december ‘s morgens vroeg gingen van hier 64 man om het ijs te hakken en te zagen te Hardinxveld.” Ook in Sliedrecht en Papendrecht maken mensen wakken om te voorkomen dat de Franse troepen over het ijs naar de overkant kunnen marcheren.

Foto: Wikipedia

Franse troepen trekken een rivier over (afbeelding: Rijksmuseum)

Maar de winter is zo streng dat de gaten snel weer dichtvriezen. Er is geen houden meer aan. De Fransen zijn intussen aan de zuidzijde van de rivier door hun voorraden heen en denken aan de overkant voedsel te kunnen vinden. Pichegru laat zijn bezwaren varen en op 6 januari 1795 steken de eerste troepen bij Gorinchem de rivier over.

Vrouwen en kinderen eerst
Het nieuws slaat in als een bom. Ds. Schüller: “Dit verwekte een verbazende ontroering onder de inwoners; vele lieden werden de vlucht indachtig en bijna elk borg wat hij best had en maar vervoeren kon. Gelijk ook ik mijn lieve huisvrouw en beide de kinderen die dag met een boerenwagen waarop ook nog enige van onze voornaamste goederen naar Dordt bracht ten huize van de heer Boon.”

Goudriaan
In het oostelijk deel van de Alblasserwaard zien ze de bui ook al hangen. De schout en schepenen van Goudriaan denken na over hoe ze “moedwilligheden, stroperijen en plundering” moeten voorkomen. Ze besluiten om de Franse troepen te vragen het dorp te ontzien. Dat blijkt te helpen. Een week later schrijft het dorpsbestuur dat de soldaten “zich wel hebben gedragen.”

Geen kerkdienst
Op 17 januari vallen de Franse troepen Hardinxveld binnen. “Dit hier gehoord zijnde, zijn weer velen gevlucht en hadden wij hier een koude en akelige nacht”, schrijft Schüller in zijn dagboek. De volgende dag kan de predikant het niet opbrengen om te preken: “er was in mij noch in de gemeente enige lust tot openbare godsdienstoefening.” Ook de kerkklok luidt niet. De schoolmeester die altijd de klok bedient, is gevlucht en niemand vervangt hem.

Dordrecht
Patriotten in Dordrecht kijken uit naar de komst van de Fransen. Als die op 19 januari met 200 ruiters voor de poort staan, krijgen ze een warm onthaal. Er wordt geen schot gelost. Inwoners richten zelfs een vrijheidsboom op, een houten paal die symbool staat voor de idealen van de Franse revolutie. De meeste orangisten nemen de benen.

Omslag
Na een tijdje verdwijnt het Dordtse enthousiasme. Het blijkt dat de Franse commandanten de regels helemaal niet versoepelen, zoals de patriotten hadden gehoopt. Ook krijgen Dordtenaren te maken met inkwartiering. Iedereen krijgt een Franse soldaat in huis en moet die te eten geven. Tot slot krijgt de Franse tijd ook in economisch opzicht grote gevolgen voor de stad. De handel zakt in, wat een doodsklap betekent voor de scheepsbouw en vlasteelt.

Oud-Alblas
Ds. Schüller ziet op 23 januari de eerste soldaten in Oud Alblas. “Ze komen van Wijngaarden, alwaar zij de nacht verbleven hadden. Deze lieden deden hier en daar bij onze inwoners stroperijen, veelal onvriendelijk en schadelijk”, noteert de predikant. De 800 inwoners van het dorp krijgen net als in Dordrecht Franse soldaten ingekwartierd. Ook moeten de inwoners wagens met hout en stro leveren aan de troepen.

Fransen trekken Rotterdam binnen

Aankomst van de Fransen buiten de Oostpoort in Rotterdam, 1795 (afbeelding: Stadsarchief Rotterdam)

Een maand later verrijst er een vrijheidsboom in het dorp. Schüller schrijft het op zonder enig commentaar. Het dorpsbestuur moet aftreden en er komen “dorpsverkiezingen”. De Franse soldaten blijven nog geruime tijd in Oud-Alblas. Op 13 juli 1795 trekken ze weg naar Rotterdam, Leiden en Den Haag “tot grote blijdschap van Alblas alzo men nu eens zijn luizen vrij zijn brood langer duren en het dorp stil lag.”

Bataafse Republiek
De Republiek der Verenigde Nederlanden houdt op te bestaan. Willem V vlucht naar Engeland. De Franse helpen de patriotten in het zadel en zij roepen de Bataafse Republiek uit. Er komt kiesrecht voor mensen die genoeg geld hadden en langzaam maar zeker keert de rust terug in ons land. Dan grijpt Napoleon in. Hij maakt in 1806 van ons land een koninkrijk door zijn broer te installeren als koning van Holland.